Intensieve veehouderij

Share

In de voorbereidende raadsvergadering van 11 september jl. was de RPP fractie kritisch over de geboden uitbreidingsruimte voor intensieve veehouderijen in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Wij waren kritisch omdat de RPP nog steeds allerlei negatieve ontwikkelingen ziet van intensieve veehouderijen in het buitengebied van Landerd.

Voorbeelden hiervan zijn de voorgenomen uitbreiding van de intensieve veehouderij in De Steeg naar megastal-proporties, de uitbreiding van een intensieve geitenhouderij aan de Langstraat te Zeeland en de bouw van een nieuwe etagestal aan de Zeelandsedreef.

Dit gebeurt allemaal in een tijd dat er een hevige maatschappelijke discussie wordt gevoerd over de relatie tussen volksgezondheid en de intensieve veehouderij.

Ook is gebleken dat de regels van de Provinciale Verordening Stikstof en Natura 2000 in Landerd regelmatig worden overtreden door veehouderijen. Uit een recente provinciale evaluatie van de eerste 14 maanden toezicht blijkt dat van de 15 gecontroleerde bedrijven in Landerd 40% overtredingen zijn geconstateerd.

Uit deze evaluatie blijkt ook dat de gemeente haar werk niet goed doet: bij 19 controles is gebleken dat in 26% van de gevallen de gegevens in het Bestand Veehouderij Bedrijven (BVB) niet correct zijn.

BVB is een bestand waarin omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu (de voormalige milieuvergunningen) en meldingen op grond van het Besluit landbouw milieubeheer van veehouderijen zijn opgenomen. Dit bestand bevat relevante milieugegevens en informatie over de aanwezige dieren en stalsystemen en ammoniak-, geur- en fijnstof emissietotalen op bedrijfsniveau.

De gemeente is verantwoordelijk voor de actualisatie van de gegevens.

De cijfers laten zien dat de intensieve veehouderij ook in Landerd onvoldoende in staat is om zelf de noodzakelijke maatschappelijke verantwoordelijk te dragen.

U kunt het provinciale evaluatierapport HIER inzien.

RPP raadslid Niek Egtberts heeft hierover op 19 september jl. vragen gesteld aan het college van B&W. We hebben echter nog steeds geen antwoord ontvangen.

Het is ons duidelijk dat het nu tijd is dat de gemeenteraad haar verantwoordelijkheid gaat nemen.

Naast aandacht voor het toezicht en de handhaving is het inperken van de ontwikkelingsruimte een maatregel die genomen zou kunnen worden. Dit kan letterlijk gebeuren door de bebouwingsruimte, het z.g. bouwblok, te verkleinen in het bestemmingsplan.

In principe is dit streven tegengesteld aan het uitgangspunt bij de actualisatie van het bestemmingsplan dat er maximale ontwikkelingsruimte geboden dient te worden. Toch vinden wij vanuit het algemeen belang dat er door de raad bij dit onderwerp beter afgewogen moet kunnen worden wat de bedreigingen zijn in het huidige ontwerp bestemmingsplan.

Daarom heeft de RPP, samen met PL en CDA, aan het college van B&W gevraagd om zorgvuldig te gaan kijken naar de mogelijkheid om de bouwblokken of bestemmingsvlakken strenger te gaan begrenzen in het nieuwe bestemmingsplan.

Ook is gevraagd te bekijken of dat een wenselijke maatregel is, op welke plek dat wenselijk zou moeten zijn, tegen welke randvoorwaarden of condities.

Verder is aan B&W gevraagd uit te zoeken wat de consequenties zijn als je op die manier te werk gaat, denk hierbij aan mogelijke schadeclaims e.d..

Dit is een eerste stap die is gezet voor een zorgvuldige afweging door de gemeenteraad.

Verder zullen de gegevens van een gezondheidseffect screening (GES) door de GGD begin 2013 bekend worden. Wij zijn ons overigens wel bewust van de beperkingen van deze screening.

Na de jaarwisseling zullen ook op nationaal niveau resultaten bekend zijn van de landelijke onderzoeken naar gezondheidseffecten door de intensieve veehouderij. Hopelijk krijgen we dan goede concrete normen in dit kader.

Daarna zullen wij een weloverwogen besluit kunnen nemen.