RPP stelt vragen over schorsing Kindcentrum

Share

De RPP heeft naar aanleiding van de schorsing van het bestemmingsplan Kindcentrum een fors aantal vragen gesteld aan het college van B&W.Geacht College,

Vorige week donderdag heeft de Raad van State een uitspraak gedaan betreffende het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan voor het te bouwen Kindcentrum.

Het volgende citaat wil ik graag even uit de uitspraak lichten:

….Op grond van deze stukken en het verhandelde ter zitting is naar het voorlopig oordeel van de voorzitter niet vast komen te staan dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig zullen zijn voor de ontwikkeling in het plan. Daarbij is van belang dat onvoldoende duidelijk is hoe bij het betrekken van bestaande parkeerplaatsen bij de invulling van de parkeerbehoefte van het Kindcentrum rekening is gehouden met de bestaande parkeerbehoefte van voorzieningen en woningen in de omgeving en op welke wijze rekening is gehouden met de maximale planologische invulling van het plangebied. Voor de beoordeling hiervan is nader onderzoek nodig in de bodemprocedure….

…punt 5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen en gelet op de betrokken belangen aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. In verband hiermee behoeven de overige betogen geen bespreking….

De reactie van enkele collegeleden op de uitspraak heb ik bijgevoegd:

Wethouder Tindemans verklaart in het Brabants Dagblad (zaterdag 20 oktober 2012) het volgende:

….We hebben ruim voldoende parkeerplaatsen voorzien. Zitten ruim boven de norm. En elders in het Centrum zijn ook parkeermogelijkheden. We zullen het nog duidelijker moeten uitleggen aan de Raad van State….

Wethouder van Dongen verklaart in het Brabants Dagblad (zaterdag 20 oktober 2012) het volgende:

….We hadden er min of meer rekening mee gehouden. Het levert geen echter vertraging op, omdat we al van plan waren pas een vergunning te verlenen als de bodemprocedure was afgerond. En de datum daarvoor kende ik nog niet….

Wethouder van Dongen wordt in Arena Lokaal (vrijdag 19 oktober 2012) geciteerd:

….Wethouder Harrie van Dongen geeft aan dat het besluit om de zaak voorlopig te schorsen geen grote verrassing is. “In de regel worden dit soort verzoeken vaak makkelijk toegekend”, vindt hij. “Daarnaast ging de discussie tijdens de zitting vooral over het parkeren. Dus ik snap dat de rechter dat een goede aanleiding vindt de zaak stil te leggen. Wij hebben aangegeven dat er nog wat onduidelijkheden zijn en dat we daar alsnog naar gaan kijken, maar we hebben dit waarschijnlijk onvoldoende over kunnen brengen.”….

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State en de uitspraken van de college leden Tindemans en van Dongen hebben wij de volgende vragen:

Hebben de collegeleden de uitspraken gedaan zoals bovenstaand omschreven?

Zo ja, Hoe is het mogelijk dat de ene wethouder aangeeft “We zullen het nog duidelijker moeten uitleggen aan de Raad van State” terwijl de andere wethouder verklaart dat “wij hebben aangegeven dat er nog wat onduidelijkheden zijn en dat we daar alsnog naar gaan kijken”?

Twee wethouders geven ieder een andere uitleg aan een amateuristisch uitgevoerd verkeerskundig onderzoek.

Is het verzuim van de gemeentelijke overheid, om bij het bepalen van de parkeerbehoefte, de toekomstige planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan niet mee te nemen, te kwalificeren als “amateuristisch”?

Zo nee, welke kwalificatie zou u dit gegeven dan willen geven?

Zo ja, wat is het conclusie die het college hieruit trekt?

Wat is er nu werkelijk aan de hand met betrekking tot het verkeerskundig onderzoek en de bepaling van de parkeerbehoefte?

Was uw college op de hoogte van de slechte kwaliteit van het verkeersonderzoek, zoals de leemte die duidelijk zijn beschreven in de overwegingen van de voorzieningenrechter?

Klopt het dat er door u 2 onderzoeken zijn gedaan (al dan niet extern) om de parkeerproblematiek in kaart te brengen en op te lossen binnen het plangebied?

Planning:

Op de website van de gemeente Landerd informeert u de burgers (op vragen van de burgers) als volgt:

….Het opleveren van de casco bouw van de school, staat gepland op 31 december 2012.
Wij gaan er vanuit dat het Kindcentrum Zeeland gereed is aan het begin van schooljaar 2013-2014….

Waarom heeft het college van B&W de burgers van Landerd voorgespiegeld dat de geplande oplevering van de casco van de school is op 31 december 2012 en dat de school in gebruik wordt genomen aanvang schooljaar 2013-2014 terwijl de wethouder van Dongen toegeeft dat uw college eigenlijk rekening hield met een bodemprocedure?

Vreemd in deze is ook dat u onze fractie op 22 oktober 2012 antwoordt, naar aanleiding van vragen over het verstrekken van een verklaring van geen bedenkingen, dat u zo snel mogelijk tot vergunning verstrekking wilt overgaan en er helemaal niet gesproken wordt over een bodemprocedure.

Is aan de raad reeds eerder aangegeven dat de bodemprocedure geen gevolgen heeft voor de planning?

Is aan de raad überhaupt aangegeven dat er een bodemprocedure gevolgd wordt?

Is de raad hier verkeerd of onjuist geïnformeerd?

Tevens willen wij graag weten wat de gevolgen zijn van de uitspraak van de Raad van State:

Wat heeft dit voor gevolgen voor de planning van de bouw? (Graag een reële planning meesturen van de huidige stand van zaken).

Welke meerkosten zijn hiermee gemoeid? Denk aan een hernieuwd verkeerskundig onderzoek, extra inzet van ambtenaren, tijdverlies.

Heeft de extra inzet van ambtenaren gevolgen voor andere projecten en/of initiatieven van burgers en ondernemers omdat alle capaciteit opgaat aan het plan Kindcentrum?

Loopt u door de vertraging ook de Idop subsidie mis?

Heeft u de verlenging van de Idop subsidie reeds aangevraagd bij de provincie?

Uitspraak Raad van State:

In punt 5 van de uitspraak geeft de RvS aan dat: ….Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen en gelet op de betrokken belangen aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. In verband hiermee behoeven de overige betogen geen bespreking….

Bestaat de kans dat de rechter in de bodemprocedure ook t.a.v. andere aspecten zoals geluid de gemeente Landerd in het ongelijk stelt?

Wat zijn de gevolgen voor het plan als de rechter ook in de bodemprocedure de bezwaarmakers op het aspect parkeren dan wel op een ander aspect in het gelijk stelt?

Is het College van mening dat de onderzoeken m.b.t de andere aspecten van goede kwaliteit zijn en dus in rechte in stand blijven?

Wij zien graag uw reactie z.s.m. doch uiterlijk 30 oktober a.s. tegemoet.

Met vriendelijke groet,
Namens fractie RPP Landerd
Roland Werring